Spreuken 15

1 Een zacht antwoord keert de grimmigheid af; maar een smartend woord doet den toorn oprijzen. 2 De tong der wijzen maakt de wetenschap goed; maar de mond der zotten stort overvloediglijk dwaasheid uit. 3 De ogen des HEEREN zijn in alle plaatsen, beschouwende de kwaden en de goeden. 4 …

Spreuken 14

1 Elke wijze vrouw bouwt haar huis; maar die zeer dwaas is, breekt het af met haar handen. 2 Die in zijn oprechtheid wandelt, vreest den HEERE; maar die afwijkt in zijn wegen, veracht Hem. 3 In den mond des dwazen is een roede des hoogmoeds; maar de lippen der …

Spreuken 13

1 Een wijs zoon hoort de tucht des vaders; maar een spotter hoort de bestraffing niet. 2 Een ieder zal van de vrucht des monds het goede eten; maar de ziel der trouwelozen het geweld. 3 Die zijn mond bewaart, behoudt zijn ziel; maar voor hem is verstoring, die zijn …

Spreuken 12

1 Wie de tucht liefheeft, die heeft de wetenschap lief; maar wie de bestraffing haat, is onvernuftig. 2 De goede zal een welgevallen trekken van den HEERE; maar een man van schandelijke verdichtselen zal Hij verdoemen. 3 De mens zal niet bevestigd worden door goddeloosheid; maar de wortel der rechtvaardigen …

Spreuken 11

1 Een bedriegelijke weegschaal is den HEERE een gruwel; maar een volkomen weegsteen is Zijn welgevallen. 2 Als de hovaardigheid komt, zal de schande ook komen; maar met de ootmoedigen is wijsheid. 3 De oprechtheid der oprechten leidt hen; maar de verkeerdheid der trouwelozen verstoort hen. 4 Goed doet geen …

Spreuken 10

1 De spreuken van Salomo. Een wijs zoon verblijdt den vader; maar een zot zoon is zijner moeder droefheid. 2 Schatten der goddeloosheid doen geen nut; maar de gerechtigheid redt van den dood. 3 De HEERE laat de ziel des rechtvaardigen niet hongeren; maar de have der goddelozen stoot Hij …

Spreuken 9

1 De opperste Wijsheid heeft Haar huis gebouwd; Zij heeft Haar zeven pilaren gehouwen. 2 Zij heeft Haar slachtvee geslacht. Zij heeft Haar wijn gemengd; ook heeft Zij Haar tafel toegericht. 3 Zij heeft Haar dienstmaagden uitgezonden; Zij nodigt op de tinnen van de hoogten der stad: 4 Wie is …

Spreuken 8

1 Roept de Wijsheid niet, en verheft niet de Verstandigheid Haar stem? 2 Op de spits der hoge plaatsen, aan den weg, ter plaatse, waar paden zijn, staat Zij; 3 Aan de zijde der poorten, voor aan de stad, aan den ingang der deuren roept Zij overluid: 4 Tot u, …

Spreuken 7

1 Mijn zoon, bewaar mijn redenen, en leg mijn geboden bij u weg. 2 Bewaar mijn geboden, en leef, en mijn wet als den appel uwer ogen. 3 Bind ze aan uw vingeren, schrijf ze op de tafels uws harten. 4 Zeg tot de wijsheid: Gij zijt mijn zuster; en …

Spreuken 6

1 Mijn zoon! zo gij voor uw naaste borg geworden zijt, voor een vreemde uw hand toegeklapt hebt; 2 Gij zijt verstrikt met de redenen uws monds; gij zijt gevangen met de redenen uws monds. 3 Doe nu dit, mijn zoon! en red u, dewijl gij in de hand uws …