Romeinen 5

1 Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus; 2 Door Welken wij ook de toeleiding hebben door het geloof tot deze genade, in welke wij staan, en roemen in de hoop der heerlijkheid Gods. 3 En niet alleenlijk dit, maar wij …

Romeinen 4

1 Wat zullen wij dan zeggen, dat Abraham, onze vader, verkregen heeft naar het vlees? 2 Want indien Abraham uit de werken gerechtvaardigd is, zo heeft hij roem, maar niet bij God. 3 Want wat zegt de Schrift? En Abraham geloofde God, en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid. 4 …

Romeinen 3

1 Welk is dan het voordeel van den Jood? Of welk is de nuttigheid der besnijdenis? 2 Vele in alle manier; want dit is wel het eerste, dat hun de Woorden Gods zijn toebetrouwd. 3 Want wat is het, al zijn sommigen ongelovig geweest? Zal hun ongelovigheid het geloof van …

Romeinen 2

1 Daarom zijt gij niet te verontschuldigen, o mens, wie gij zijt, die anderen oordeelt; want waarin gij een ander oordeelt, veroordeelt gij uzelven; want gij, die anderen oordeelt, doet dezelfde dingen. 2 En wij weten, dat het oordeel Gods naar waarheid is, over degenen, die zulke dingen doen. 3 …

Romeinen 1

1 Paulus, een dienstknecht van Jezus Christus, een geroepen apostel, afgezonderd tot het Evangelie van God, 2 (Hetwelk Hij te voren beloofd had door Zijn profeten, in de heilige Schriften) 3 Van Zijn Zoon,, Die geworden is uit het zaad van David, naar het vlees; 4 Die krachtelijk bewezen is …

Richteren 21

1 De mannen van Israel nu hadden te Mizpa gezworen, zeggende: Niemand van ons zal zijn dochter aan de Benjaminieten ter vrouwe geven. 2 Zo kwam het volk tot het huis Gods, en zij bleven daar tot op den avond, voor Gods aangezicht; en zij hieven hun stem op en …

Richteren 20

1 Toen togen al de kinderen Israels uit, en de vergadering verzamelde zich, als een enig man, van Dan af tot Ber-seba toe, ook het land van Gilead, tot den HEERE te Mizpa. 2 En uit de hoeken des gansen volks stelden zich al de stammen van Israel in de …

Richteren 19

1 Het geschiedde ook in die dagen, als er geen koning was in Israel, dat er een Levietisch man was, verkerende als vreemdeling aan de zijden van het gebergte van Efraim, die zich een vrouw, een bijwijf, nam van Bethlehem-Juda. 2 Maar zijn bijwijf hoereerde, bij hem zijnde, en toog …

Richteren 18

1 In die dagen was er geen koning in Israel; en in dezelve dagen zocht de stam der Danieten voor zich een erfenis om te wonen; want hun was tot op dien dag onder de stammen van Israel niet genoegzaam ter erfenis toegevallen. 2 Zo zonden de kinderen van Dan …

Richteren 17

1 En er was een man van het gebergte van Efraim, wiens naam was Micha. 2 Die zeide tot zijn moeder: De duizend en honderd zilverlingen, die u ontnomen zijn, om dewelke gij gevloekt hebt, en ook voor mijn oren gesproken hebt, zie, dat geld is bij mij, ik heb …