1 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: 2 Spreek tot de ganse vergadering der kinderen Israels, en zeg tot hen: Gij zult heilig zijn, want Ik, de HEERE, uw God, ben heilig! 3 Want ieder zal zijn moeder en zijn vader vrezen, en Mijn sabbatten houden; Ik ben de …
Leviticus 18
1 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: 2 Spreek tot de kinderen Israels en zeg tot hen: Ik ben de HEERE, uw God! 3 Gij zult niet doen naar de werken des Egyptischen lands, waarin gij gewoond hebt; en naar de werken des lands Kanaan, waarheen Ik u brenge, …
Leviticus 17
1 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: 2 Spreek tot Aaron, en tot zijn zonen, en tot al de kinderen Israels, en zeg tot hen: Dit is het woord, hetwelk de HEERE geboden heeft, zeggende: 3 Een ieder van het huis Israels, die een os, of lam, of geit …
Leviticus 16
1 En de HEERE sprak tot Mozes, nadat de twee zonen van Aaron gestorven waren, als zij genaderd waren voor het aangezicht des HEEREN, en gestorven waren; 2 De HEERE dan zeide tot Mozes: Spreek tot uw broeder Aaron, dat hij niet te allen tijde ga in het heilige, binnen …
Leviticus 15
1 Verder sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende: 2 Spreekt tot de kinderen Israels, en zegt tot hen: Een ieder man, als hij vloeiende zal zijn uit zijn vlees, zal om zijn vloed onrein zijn. 3 Dit nu zal zijn onreinigheid om zijn vloed zijn: zo zijn …
Leviticus 14
1 Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: 2 Dit zal de wet des melaatsen zijn, ten dage zijner reiniging: dat hij tot den priester zal gebracht worden. 3 En de priester zal buiten het leger gaan; als de priester merken zal, dat, ziet, die plaag der melaatsheid van den …
Leviticus 13
1 Verder sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende: 2 Een mens, als in het vel zijns vleses een gezwel, of gezweer, of witte blaar zal zijn, welke in het vel zijns vleses tot een plaag der melaatsheid zou worden, hij zal dan tot den priester Aaron, of …
Leviticus 12
1 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: 2 Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Wanneer een vrouw zaad gegeven, en een knechtje gebaard zal hebben, zo zal zij zeven dagen onrein zijn; volgens de dagen der afzondering harer krankheid zal zij onrein zijn. 3 En op den achtsten dag …
Leviticus 11
1 En de HEERE sprak tot Mozes, en tot Aaron, zeggende tot hen: 2 Spreekt tot de kinderen Israels, zeggende: Dit is het gedierte, dat gij eten zult uit alle beesten, die op de aarde zijn. 3 Al wat onder de beesten de klauw verdeelt, en de kloof der klauwen …
Leviticus 10
1 En de zonen van Aaron, Nadab en Abihu, namen een ieder zijn wierookvat, en deden vuur daarin, en legden reukwerk daarop, en brachten vreemd vuur voor het aangezicht des HEEREN, hetwelk hij hen niet geboden had. 2 Toen ging een vuur uit van het aangezicht des HEEREN, en verteerde …