1 De arme, in zijn oprechtheid wandelende, is beter dan de verkeerde van lippen, en die een zot is. 2 Ook is de ziel zonder wetenschap niet goed; en die met de voeten haastig is, zondigt. 3 De dwaasheid des mensen zal zijn weg verkeren; en zijn hart zal zich …
Spreuken 18
1 Die zich afzondert, tracht naar wat begeerlijks; hij vermengt zich in alle bestendige wijsheid. 2 De zot heeft geen lust aan verstandigheid, maar daarin, dat zijn hart zich ontdekt. 3 Als de goddeloze komt, komt ook de verachting en met schande versmaadheid. 4 De woorden van den mond eens …
Spreuken 17
1 Een droge bete, en rust daarbij, is beter, dan een huis vol van geslachte beesten met twist. 2 Een verstandig knecht zal heersen over een zoon, die beschaamd maakt, en in het midden der broederen zal hij erfenis delen. 3 De smeltkroes is voor het zilver, en de oven …
Spreuken 16
1 De mens heeft schikkingen des harten; maar het antwoord der tong is van den HEERE. 2 Alle wegen des mans zijn zuiver in zijn ogen; maar de HEERE weegt de geesten. 3 Wentel uw werken op den HEERE, en uw gedachten zullen bevestigd worden. 4 De HEERE heeft alles …
Spreuken 15
1 Een zacht antwoord keert de grimmigheid af; maar een smartend woord doet den toorn oprijzen. 2 De tong der wijzen maakt de wetenschap goed; maar de mond der zotten stort overvloediglijk dwaasheid uit. 3 De ogen des HEEREN zijn in alle plaatsen, beschouwende de kwaden en de goeden. 4 …
Spreuken 14
1 Elke wijze vrouw bouwt haar huis; maar die zeer dwaas is, breekt het af met haar handen. 2 Die in zijn oprechtheid wandelt, vreest den HEERE; maar die afwijkt in zijn wegen, veracht Hem. 3 In den mond des dwazen is een roede des hoogmoeds; maar de lippen der …
Spreuken 13
1 Een wijs zoon hoort de tucht des vaders; maar een spotter hoort de bestraffing niet. 2 Een ieder zal van de vrucht des monds het goede eten; maar de ziel der trouwelozen het geweld. 3 Die zijn mond bewaart, behoudt zijn ziel; maar voor hem is verstoring, die zijn …
Spreuken 12
1 Wie de tucht liefheeft, die heeft de wetenschap lief; maar wie de bestraffing haat, is onvernuftig. 2 De goede zal een welgevallen trekken van den HEERE; maar een man van schandelijke verdichtselen zal Hij verdoemen. 3 De mens zal niet bevestigd worden door goddeloosheid; maar de wortel der rechtvaardigen …
Spreuken 11
1 Een bedriegelijke weegschaal is den HEERE een gruwel; maar een volkomen weegsteen is Zijn welgevallen. 2 Als de hovaardigheid komt, zal de schande ook komen; maar met de ootmoedigen is wijsheid. 3 De oprechtheid der oprechten leidt hen; maar de verkeerdheid der trouwelozen verstoort hen. 4 Goed doet geen …
Spreuken 10
1 De spreuken van Salomo. Een wijs zoon verblijdt den vader; maar een zot zoon is zijner moeder droefheid. 2 Schatten der goddeloosheid doen geen nut; maar de gerechtigheid redt van den dood. 3 De HEERE laat de ziel des rechtvaardigen niet hongeren; maar de have der goddelozen stoot Hij …