Prediker 12

1 En gedenk aan de Schepper in de dagen uwer jongelingschap, eer dat de kwade dagen komen, en de jaren naderen, van dewelke gij zeggen zult: Ik heb geen lust in dezelve. 2 Eer dan de zon, en het licht, en de maan, en de sterren verduisterd worden, en de …

Prediker 11

1 Werp uw brood uit op het water, want gij zult het vinden na vele dagen. 2 Geef een deel aan zeven, ja, ook aan acht; want gij weet niet, wat kwaad op de aarde wezen zal. 3 Als de wolken vol geworden zijn, zo storten zij plasregen uit op …

Prediker 10

1 Een dode vlieg doet de zalf des apothekers stinken en opwellen; alzo een weinig dwaasheid een man, die kostelijk is van wijsheid en van eer. 2 Het hart des wijzen is tot zijn rechterhand, maar het hart eens zots is tot zijn linkerhand. 3 En ook wanneer de dwaas …

Prediker 9

1 Zekerlijk, dit alles heb ik in mijn hart gelegd, opdat ik dit alles klaarlijk mocht verstaan, dat de rechtvaardigen, en de wijzen, en hun werken in de hand Gods zijn; ook liefde, ook haat, weet de mens niet uit al hetgeen voor zijn aangezicht is. 2 Alle ding wedervaart …

Prediker 8

1 Wie is gelijk de wijze, en wie weet de uitlegging der dingen? De wijsheid der mensen verlicht zijn aangezicht, en de stuursheid zijns aangezichts wordt daardoor veranderd. 2 Ik zeg: Neem acht op de mond des konings; doch naar de gelegenheid van den eed Gods. 3 Haast u niet …

Prediker 7

1 Beter is een goede naam, dan goede olie, en de dag des doods, dan de dag dat iemand geboren wordt. 2 Het is beter te gaan in het klaaghuis, dan te gaan in het huis des maaltijds; want in hetzelve is het einde aller mensen, en de levende legt …

Prediker 6

1 Er is een kwaad, dat ik gezien heb onder de zon, en het is veel onder de mensen: 2 Een man, denwelken God gegeven heeft rijkdom, en goederen, en eer; en hij heeft voor zijn ziel aan geen ding gebrek, van alles wat hij begeert; en God geeft hem …

Prediker 5

1 Wees niet te snel met uw mond, en uw hart haaste niet een woord voort te brengen voor Gods aangezicht; want God is in den hemel, en gij zijt op de aarde; daarom laat uw woorden weinig zijn. 2 Want gelijk de droom komt door veel bezigheid, alzo de …

Prediker 4

1 Daarna wende ik mij, en zag aan al de onderdrukkingen, die onder de zon geschieden; en ziet, er waren de tranen der verdrukten, en dergenen, die geen trooster hadden; en aan de zijde hunner verdrukkers was macht, zij daarentegen hadden geen vertrooster. 2 Dies prees ik de doden, die …

Prediker 3

1 Alles heeft een bestemden tijd, en alle voornemen onder den hemel heeft zijn tijd. 2 Er is een tijd om geboren te worden, en een tijd om te sterven; een tijd om te planten, en een tijd om het geplante uit te roeien; 3 Een tijd om om te …