1 Mijn geest is verdorven, mijn dagen worden uitgeblust, de graven zijn voor mij. 2 Zijn niet bespotters bij mij, en overnacht niet mijn oog in hunlieder verbittering? 3 Zet toch bij, stel mij een borg bij U; wie zal hij zijn? Dat in mijn hand geklapt worde. 4 Want …
Job 16
1 Maar Job antwoordde en zeide: 2 Ik heb vele dergelijke dingen gehoord; gij allen zijt moeilijke vertroosters. 3 Zal er een einde zijn aan de winderige woorden? Of wat stijft u, dat gij alzo antwoordt? 4 Zou ik ook, als gijlieden, spreken, indien uw ziel ware in mijner ziele …
Job 15
1 Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide: 2 Zal een wijs man winderige wetenschap voor antwoord geven, en zal hij zijn buik vullen met oostenwind? 3 Bestraffende door woorden, die niet baten, en door redenen, met dewelke hij geen voordeel doet? 4 Ja, gij vernietigt de vreze, en neemt …
Job 13
1 Ziet, dat alles heeft mijn oog gezien, mijn oor gehoord en verstaan. 2 Gelijk gijlieden het weet, weet ik het ook; ik zwicht niet voor u. 3 Maar ik zal tot den Almachtige spreken, en ben belust mij te verdedigen voor God. 4 Want gewisselijk, gij zijt leugenstoffeerders; gij …
Job 11
1 Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide: 2 Zou de veelheid der woorden niet beantwoord worden, en zou een klapachtig man recht hebben? 3 Zouden uw leugenen de lieden doen zwijgen, en zoudt gij spotten, en niemand u beschamen? 4 Want gij hebt gezegd: Mijn leer is zuiver, en …
Job 8
1 Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide: 2 Hoe lang zult gij deze dingen spreken, en de redenen uws monds een geweldige wind zijn? 3 Zou dan God het recht verkeren, en zou de Almachtige de gerechtigheid verkeren? 4 Indien uw kinderen gezondigd hebben tegen Hem, Hij heeft hen …