1 Koningen 2

1 Als nu de dagen van David nabij waren, dat hij sterven zou, zo gebood hij zijn zoon Salomo, zeggende: 2 Ik ga heen in den weg der ganse aarde, zo wees sterk, en wees een man. 3 En neem waar de wacht des HEEREN, uws Gods, om te wandelen …

1 Koningen 1

1 De koning David nu was oud, wel bedaagd; en zij dekten hem met klederen, doch hij kreeg gene warmte. 2 Toen zeiden zijn knechten tot hem: Laat ze mijn heer den koning een jonge dochter, een maagd zoeken, die voor het aangezicht des konings sta, en hem koestere; en …

1 Johannes 5

1 Een iegelijk, die gelooft, dat Jezus is de Christus, die is uit God geboren; en een iegelijk, die liefheeft Dengene, Die geboren heeft, die heeft ook lief dengene, die uit Hem geboren is. 2 Hieraan kennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben, en Zijn …

1 Johannes 4

1 Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld. 2 Hieraan kent gij den Geest van God: alle geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God; 3 …

1 Johannes 3

1 Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden. Daarom kent ons de wereld niet, omdat zij Hem niet kent. 2 Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat …

1 Johannes 2

1 Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige; 2 En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele …

1 Johannes 1

1 Hetgeen van den beginne was, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben, en onze handen getast hebben, van het Woord des levens; 2 (Want het Leven is geopenbaard, en wij hebben het gezien, en wij getuigen, en verkondigen ulieden dat eeuwige …

Židům 13

1 Láska bratrská zůstávejž mezi vámi. 2 Na přívětivost k hostem nezapomínejte; skrze ni zajisté někteří, nevěděvše, anděly za hostě přijímali. 3 Pomněte na vězně, jako byste spolu vězňové byli, na soužené, jakožto ti, jenž také v těle jste. 4 Poctivéť jest u všech lidí manželství a lože nepoškvrněné, smilníky …

Židům 12

1 Protož i my, takový oblak svědků vůkol majíce, odvrhouce všeliké břímě, i snadně obkličující nás hřích, skrze trpělivost konejme běh uloženého nám boje, 2 Patříce na vůdce a dokonavatele víry Ježíše, kterýžto místo předložené sobě radosti strpěl kříž, opováživ se hanby, i posadil se na pravici trůnu Božího. 3 …

Židům 11

1 Víra pak jest nadějných věcí podstata, a důvod neviditelných. 2 Pro ni zajisté svědectví došli předkové. 3 Věrou rozumíme, že učiněni jsou věkové slovem Božím, takže z ničeho jest to, což vidíme, učiněno. 4 Věrou lepší obět Bohu obětoval Abel, nežli Kain, skrze kteroužto svědectví obdržel, že jest spravedlivý, …