Zefanja 2

1 Doorzoek u zelf nauw, ja, doorzoek nauw, gij volk, dat met geen lust bevangen wordt! 2 Eer het besluit bare (gelijk kaf gaat de dag voorbij), terwijl de hittigheid van des HEEREN toorn over ulieden nog niet komt; terwijl de dag van den toorn des HEEREN over ulieden nog …

Zefanja 3

1 Wee der ijselijke, en der bevlekte, der verdrukkende stad! 2 Zij hoort naar de stem niet; zij neemt de tucht niet aan; zij vertrouwt niet op den HEERE; tot haar God nadert zij niet. 3 Haar vorsten zijn brullende leeuwen in het midden van haar; haar rechters zijn avondwolven, …

Spreuken 13

1 Een wijs zoon hoort de tucht des vaders; maar een spotter hoort de bestraffing niet. 2 Een ieder zal van de vrucht des monds het goede eten; maar de ziel der trouwelozen het geweld. 3 Die zijn mond bewaart, behoudt zijn ziel; maar voor hem is verstoring, die zijn …

Spreuken 14

1 Elke wijze vrouw bouwt haar huis; maar die zeer dwaas is, breekt het af met haar handen. 2 Die in zijn oprechtheid wandelt, vreest den HEERE; maar die afwijkt in zijn wegen, veracht Hem. 3 In den mond des dwazen is een roede des hoogmoeds; maar de lippen der …

Spreuken 15

1 Een zacht antwoord keert de grimmigheid af; maar een smartend woord doet den toorn oprijzen. 2 De tong der wijzen maakt de wetenschap goed; maar de mond der zotten stort overvloediglijk dwaasheid uit. 3 De ogen des HEEREN zijn in alle plaatsen, beschouwende de kwaden en de goeden. 4 …

Spreuken 16

1 De mens heeft schikkingen des harten; maar het antwoord der tong is van den HEERE. 2 Alle wegen des mans zijn zuiver in zijn ogen; maar de HEERE weegt de geesten. 3 Wentel uw werken op den HEERE, en uw gedachten zullen bevestigd worden. 4 De HEERE heeft alles …

Spreuken 17

1 Een droge bete, en rust daarbij, is beter, dan een huis vol van geslachte beesten met twist. 2 Een verstandig knecht zal heersen over een zoon, die beschaamd maakt, en in het midden der broederen zal hij erfenis delen. 3 De smeltkroes is voor het zilver, en de oven …

Spreuken 18

1 Die zich afzondert, tracht naar wat begeerlijks; hij vermengt zich in alle bestendige wijsheid. 2 De zot heeft geen lust aan verstandigheid, maar daarin, dat zijn hart zich ontdekt. 3 Als de goddeloze komt, komt ook de verachting en met schande versmaadheid. 4 De woorden van den mond eens …

Spreuken 19

1 De arme, in zijn oprechtheid wandelende, is beter dan de verkeerde van lippen, en die een zot is. 2 Ook is de ziel zonder wetenschap niet goed; en die met de voeten haastig is, zondigt. 3 De dwaasheid des mensen zal zijn weg verkeren; en zijn hart zal zich …

Spreuken 20

1 De wijn is een spotter, de sterke drank is woelachtig; al wie daarin dwaalt, zal niet wijs zijn. 2 De schrik des konings is als het brullen eens jongen leeuws; die zich tegen hem vergramt, zondigt tegen zijn ziel. 3 Het is eer voor een man, van twist af …