1 De woorden van de koning Lemuel; de last, maarmede zijn moeder hem onderwees. 2 Wat, o mijn zoon, en wat, o zoon mijns buiks? ja, wat, o zoon mijner geloften? 3 Geeft aan de vrouwen uw vermogen niet, noch uw wegen, om koningen te verdelgen. 4 Het komt den …
Titus 1
1 Paulus, een dienstknecht Gods, en een apostel van Jezus Christus, naar het geloof der uitverkorenen Gods, en de kennis der waarheid, die naar de godzaligheid is; 2 In de hoop des eeuwigen levens, welke God, Die niet liegen kan, beloofd heeft, voor de tijden der eeuwen, maar geopenbaard heeft …
Titus 2
1 Doch gij, spreek hetgeen der gezonde leer betaamt. 2 Dat de oude mannen nuchter zijn, stemmig, voorzichtig, gezond in het geloof, in de liefde, in de lijdzaamheid. 3 De oude vrouwen insgelijks, dat zij in haar dracht zijn, gelijk den heiligen betaamt, dat zij geen lasteraarsters zijn, zich niet …
Titus 3
1 Vermaan hen, dat zij aan de overheden en machten onderdanig zijn, dat zij hun gehoorzaam zijn, dat zij tot alle goed werk bereid zijn; 2 Dat zij niemand lasteren, geen vechters zijn, maar bescheiden zijn, alle zachtmoedigheid bewijzende jegens alle mensen. 3 Want ook wij waren eertijds onwijs, ongehoorzaam, …
Zacharia 1
1 In de achtste maand, in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, den zoon van Berechja, den zoon van Iddo, den profeet, zeggende: 2 De HEERE is zeer vertoornd geweest tegen uw vaderen. 3 Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: …
Zacharia 2
1 Wederom hief ik mijn ogen op, en ik zag; en ziet, er was een man, en in zijn hand was een meetsnoer. 2 En ik zeide: Waar gaat gij henen? En hij zeide tot mij: Om Jeruzalem te meten; om te zien, hoe groot haar breedte, en hoe groot …
Zacharia 3
1 Daarna toonde Hij mij Josua, den hogepriester, staande voor het aangezicht van den Engel des HEEREN; en de satan stond aan zijn rechterhand, om hem te wederstaan. 2 Doch de HEERE zeide tot den satan: De HEERE schelde u, gij satan! ja, de HEERE schelde u, Die Jeruzalem verkiest; …
Romeinen 8
1 Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest. 2 Want de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods. 3 Want hetgeen …
Romeinen 9
1 Ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet (mijn geweten mij mede getuigenis gevende door den Heiligen Geest), 2 Dat het mij een grote droefheid, en mijn hart een gedurige smart is. 3 Want ik zou zelf wel wensen verbannen te zijn van Christus, voor mijn broederen, die …
Romeinen 10
1 Broeders, de toegenegenheid mijns harten, en het gebed, dat ik tot God voor Israel doe, is tot hun zaligheid. 2 Want ik geef hun getuigenis, dat zij een ijver tot God hebben, maar niet met verstand. 3 Want alzo zij de rechtvaardigheid Gods niet kennen, en hun eigen gerechtigheid …