Romeinen 1

1 Paulus, een dienstknecht van Jezus Christus, een geroepen apostel, afgezonderd tot het Evangelie van God, 2 (Hetwelk Hij te voren beloofd had door Zijn profeten, in de heilige Schriften) 3 Van Zijn Zoon,, Die geworden is uit het zaad van David, naar het vlees; 4 Die krachtelijk bewezen is …

Romeinen 2

1 Daarom zijt gij niet te verontschuldigen, o mens, wie gij zijt, die anderen oordeelt; want waarin gij een ander oordeelt, veroordeelt gij uzelven; want gij, die anderen oordeelt, doet dezelfde dingen. 2 En wij weten, dat het oordeel Gods naar waarheid is, over degenen, die zulke dingen doen. 3 …

Romeinen 3

1 Welk is dan het voordeel van den Jood? Of welk is de nuttigheid der besnijdenis? 2 Vele in alle manier; want dit is wel het eerste, dat hun de Woorden Gods zijn toebetrouwd. 3 Want wat is het, al zijn sommigen ongelovig geweest? Zal hun ongelovigheid het geloof van …

Romeinen 4

1 Wat zullen wij dan zeggen, dat Abraham, onze vader, verkregen heeft naar het vlees? 2 Want indien Abraham uit de werken gerechtvaardigd is, zo heeft hij roem, maar niet bij God. 3 Want wat zegt de Schrift? En Abraham geloofde God, en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid. 4 …

Romeinen 5

1 Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus; 2 Door Welken wij ook de toeleiding hebben door het geloof tot deze genade, in welke wij staan, en roemen in de hoop der heerlijkheid Gods. 3 En niet alleenlijk dit, maar wij …

Romeinen 6

1 Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade te meerder worde? 2 Dat zij verre. Wij, die der zonde gestorven zijn, hoe zullen wij nog in dezelve leven? 3 Of weet gij niet, dat zovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij …

Romeinen 7

1 Weet gij niet, broeders! (want ik spreek tot degenen, die de wet verstaan) dat de wet heerst over den mens, zo langen tijd als hij leeft? 2 Want een vrouw, die onder den man staat, is aan den levenden man verbonden door de wet; maar indien de man gestorven …

Psalmen 129

1 Een lied Hammaaloth. Zij hebben mij dikwijls benauwd van mijn jeugd af, zegge nu Israel; 2 Zij hebben mij dikwijls van mijn jeugd af benauwd; evenwel hebben zij mij niet overmocht. 3 Ploegers hebben op mijn rug geploegd; zij hebben hun voren lang getogen. 4 De HEERE, Die rechtvaardig …

Psalmen 130

1 Een lied Hammaaloth. Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE! 2 HEERE! hoor naar mijn stem; laat Uw oren opmerkende zijn op de stem mijner smekingen. 3 Zo Gij, HEERE! de ongerechtigheden gadeslaat; HEERE! wie zal bestaan? 4 Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt. …

Psalmen 131

1 Een lied Hammaaloth, van David. O HEERE! mijn hart is niet verheven, en mijn ogen zijn niet hoog; ook heb ik niet gewandeld in dingen mij te groot en te wonderlijk. 2 Zo ik mijn ziel niet heb gezet en stil gehouden, gelijk een gespeend kind bij zijn moeder! …