1 Maar Job antwoordde en zeide: 2 Waarlijk, ik weet, dat het zo is; want hoe zou de mens rechtvaardig zijn bij God? 3 Zo Hij lust heeft, om met hem te twisten, niet een uit duizend zal hij Hem beantwoorden. 4 Hij is wijs van hart, en sterk van …
Job 11
1 Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide: 2 Zou de veelheid der woorden niet beantwoord worden, en zou een klapachtig man recht hebben? 3 Zouden uw leugenen de lieden doen zwijgen, en zoudt gij spotten, en niemand u beschamen? 4 Want gij hebt gezegd: Mijn leer is zuiver, en …
Job 13
1 Ziet, dat alles heeft mijn oog gezien, mijn oor gehoord en verstaan. 2 Gelijk gijlieden het weet, weet ik het ook; ik zwicht niet voor u. 3 Maar ik zal tot den Almachtige spreken, en ben belust mij te verdedigen voor God. 4 Want gewisselijk, gij zijt leugenstoffeerders; gij …
Job 15
1 Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide: 2 Zal een wijs man winderige wetenschap voor antwoord geven, en zal hij zijn buik vullen met oostenwind? 3 Bestraffende door woorden, die niet baten, en door redenen, met dewelke hij geen voordeel doet? 4 Ja, gij vernietigt de vreze, en neemt …
Job 16
1 Maar Job antwoordde en zeide: 2 Ik heb vele dergelijke dingen gehoord; gij allen zijt moeilijke vertroosters. 3 Zal er een einde zijn aan de winderige woorden? Of wat stijft u, dat gij alzo antwoordt? 4 Zou ik ook, als gijlieden, spreken, indien uw ziel ware in mijner ziele …
Job 17
1 Mijn geest is verdorven, mijn dagen worden uitgeblust, de graven zijn voor mij. 2 Zijn niet bespotters bij mij, en overnacht niet mijn oog in hunlieder verbittering? 3 Zet toch bij, stel mij een borg bij U; wie zal hij zijn? Dat in mijn hand geklapt worde. 4 Want …
Job 18
1 Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide: 2 Hoe lang is het, dat gijlieden een einde van woorden zult maken? Merkt op, en daarna zullen wij spreken. 3 Waarom worden wij geacht als beesten, en zijn onrein in ulieder ogen? 4 O gij, die zijn ziel verscheurt door zijn …