1 Koningen 14

1 Te dierzelfder tijd was Abia, de zoon van Jerobeam, krank. 2 En Jerobeam zeide tot zijn huisvrouw: Maak u nu op, en verstel u, dat men niet merkte, dat gij Jerobeams huisvrouw zijt, en ga heen naar Silo, zie, daar is de profeet Ahia, die van mij gesproken heeft, …

1 Koningen 15

1 In het achttiende jaar nu van den koning Jerobeam, den zoon van Nebat, werd Abiam koning over Juda. 2 Hij regeerde drie jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Maacha, een dochter van Abisalom. 3 En hij wandelde in al de zonden zijns vaders, die hij voor …

1 Koningen 16

1 Toen geschiedde het woord des HEEREN tot Jehu, den zoon van Hanani, tegen Baesa, zeggende: 2 Daarom, dat Ik u uit het stof verheven, en u tot een voorganger over Mijn volk Israel gesteld heb, en gij gewandeld hebt in den weg van Jerobeam, en Mijn volk Israel hebt …

1 Koningen 17

1 En Elia, de Thisbiet, van de inwoneren van Gilead, zeide tot Achab: Zo waarachtig als de HEERE, de God Israels, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord! 2 Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende: …

1 Koningen 18

1 En het gebeurde na vele dagen, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Elia, in het derde jaar, zeggende: Ga heen, vertoon u aan Achab; want Ik zal regen geven op den aardbodem. 2 En Elia ging heen, om zich aan Achab te vertonen. En de honger was sterk …

1 Koningen 19

1 En Achab zeide Izebel aan al wat Elia gedaan had, en allen, die hij gedood had, te weten al de profeten, met het zwaard. 2 Toen zond Izebel een bode tot Elia, om te zeggen: Zo doen mij de goden, en doen zo daartoe, voorzeker, ik zal morgen omtrent …

1 Koningen 20

1 En Benhadad, de koning van Syrie, vergaderde al zijn macht; en twee en dertig koningen waren met hem, en paarden en wagenen; en hij toog op, en belegerde Samaria en krijgde tegen haar. 2 En hij zond boden tot Achab, den koning van Israel, in de stad. 3 En …

Žalmy 150

1 Halelujah. Chvalte Boha silného pro svatost jeho, chvalte jej pro rozšíření síly jeho. 2 Chvalte jej ze všelijaké moci jeho, chvalte jej podlé veliké důstojnosti jeho. 3 Chvalte jej zvukem trouby, chvalte jej na loutnu a citaru. 4 Chvalte jej na buben a píšťalu, chvalte jej na husle a …

Židům 1

1 Častokrát a rozličnými způsoby mluvíval někdy Bůh otcům skrze proroky, v těchto pak posledních dnech mluvil nám skrze Syna svého, 2 Kteréhož ustanovil dědicem všeho, skrze něhož i věky učinil. 3 Kterýžto jsa blesk slávy, a obraz osoby jeho, a zdržuje všecko slovem mocnosti své, očištění hříchů našich skrze …

Židům 2

1 Protož musímeť my tím snažněji šetřiti toho, což jsme slýchali, aby nám to nevymizelo. 2 Nebo poněvadž skrze anděly mluvené slovo bylo pevné, a každé přestoupení a neposlušenství vzalo spravedlivou odměnu pomsty, 3 Kterakž my utečeme, takového zanedbávajíce spasení? Kteréžto nejprvé začalo vypravováno býti skrze samého Pána, od těch …