1 Daarna geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende: 2 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb geijverd over Sion met een groten ijver; ja, met grote grimmigheid heb Ik over haar geijverd. 3 Alzo zegt de HEERE: Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal …
Zacharia 9
1 De last van het woord des HEEREN over het land Chadrach en Damaskus, deszelfs rust; want de HEERE heeft een oog over den mens, gelijk over al de stammen Israels. 2 En ook zal Hij Hamath met dezelve bepalen; Tyrus en Sidon, hoewel zij zeer wijs is; 3 En …
Zacharia 10
1 Begeert van den HEERE regen, ten tijde des spaden regens; de HEERE maakt de weerlichten; en Hij zal hun regen genoeg geven voor ieder kruid op het veld. 2 Want de terafim spreken ijdelheid, en de waarzeggers zien valsheid, en zij spreken ijdele dromen, zij troosten met ijdelheid; daarom …
Zacharia 11
1 Doe uw deuren open, o Libanon! opdat het vuur uw cederen vertere. 2 Huilt, gij dennen! dewijl de cederen gevallen zijn, dewijl die heerlijke bomen verwoest zijn; huilt, gij eiken van Basan! dewijl het sterke woud nedergevallen is. 3 Er is een stem des gehuils der herderen, dewijl hun …
Spreuken 14
1 Elke wijze vrouw bouwt haar huis; maar die zeer dwaas is, breekt het af met haar handen. 2 Die in zijn oprechtheid wandelt, vreest den HEERE; maar die afwijkt in zijn wegen, veracht Hem. 3 In den mond des dwazen is een roede des hoogmoeds; maar de lippen der …
Spreuken 30
1 De woorden van Agur, den zoon van Jake; een last. De man spreekt tot Ithiel, tot Ithiel en Uchal. 2 Voorwaar, ik ben onvernuftiger dan iemand; en ik heb geen mensenverstand; 3 En ik heb geen wijsheid geleerd, noch de wetenschap der heiligen gekend. 4 Wie is ten hemel …
Spreuken 15
1 Een zacht antwoord keert de grimmigheid af; maar een smartend woord doet den toorn oprijzen. 2 De tong der wijzen maakt de wetenschap goed; maar de mond der zotten stort overvloediglijk dwaasheid uit. 3 De ogen des HEEREN zijn in alle plaatsen, beschouwende de kwaden en de goeden. 4 …
Spreuken 31
1 De woorden van de koning Lemuel; de last, maarmede zijn moeder hem onderwees. 2 Wat, o mijn zoon, en wat, o zoon mijns buiks? ja, wat, o zoon mijner geloften? 3 Geeft aan de vrouwen uw vermogen niet, noch uw wegen, om koningen te verdelgen. 4 Het komt den …
Spreuken 16
1 De mens heeft schikkingen des harten; maar het antwoord der tong is van den HEERE. 2 Alle wegen des mans zijn zuiver in zijn ogen; maar de HEERE weegt de geesten. 3 Wentel uw werken op den HEERE, en uw gedachten zullen bevestigd worden. 4 De HEERE heeft alles …
Titus 1
1 Paulus, een dienstknecht Gods, en een apostel van Jezus Christus, naar het geloof der uitverkorenen Gods, en de kennis der waarheid, die naar de godzaligheid is; 2 In de hoop des eeuwigen levens, welke God, Die niet liegen kan, beloofd heeft, voor de tijden der eeuwen, maar geopenbaard heeft …