1 Tot de verzegelingen nu waren: Nehemia Hattirsatha, zoon van Hachalja, en Zidkia, 2 Seraja, Azarja, Jeremia, 3 Pashur, Amarja, Malchia, 4 Hattus, Sebanja, Malluch, 5 Harim, Meremoth, Obadja, 6 Daniel, Ginnethon, Baruch, 7 Mesullam, Abia, Mijamin, 8 Maazia, Bilgai, Semaja. Dit waren de priesters. 9 En de Levieten, namelijk: …
Micha 5
1 En gij, Bethlehem Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israel, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid. 2 Daarom zal Hij henlieden overgeven, tot den tijd toe, dat …
Nehemia 11
1 Voorts woonden de oversten des volks te Jeruzalem; maar het overige des volks wierpen loten, om uit tien een uit te brengen, die in de heilige stad Jeruzalem zou wonen, en negen delen in de andere steden. 2 En het volk zegende al de mannen, die vrijwilliglijk aanboden te …
Nehemia 12
1 Dit nu zijn de priesters en de Levieten, die met Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, en Jesua, optogen: Seraja, Jeremia, Ezra, 2 Amarja, Malluch, Hattus, 3 Sechanja, Rehum, Meremoth, 4 Iddo, Ginnethoi, Abia, 5 Mijamin, Maadja, Bilga, 6 Semaja, en Jojarib, Jedaja, 7 Sallu, Amok, Hilkia, Jedaja; dat waren …
Micha 7
1 Ai mij! want ik ben, als wanneer de zomervruchten zijn ingezameld; als wanneer de nalezingen in den wijnoogst geschied zijn; er is geen druif om te eten; mijn ziel begeert vroegrijpe vrucht. 2 De goedertierene is vergaan uit het land, en er is niemand oprecht onder de mensen; zij …
Nahum 2
1 De verstrooier trekt tegen uw aangezicht op, bewaar de vesting; bezichtig den weg; sterk de lenden, versterk de kracht zeer. 2 Want de HEERE heeft de hovaardij Jakobs afgewend, gelijk de hovaardij Israels; want de ledigmakers hebben ze ledig gemaakt, en zij hebben hun wijnranken verdorven. 3 De schilden …
Matteus 7
1 Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt. 2 Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke mate gij meet, zal u wedergemeten worden. 3 En wat ziet gij den splinter, die in het oog uws broeders is, maar den balk, die in uw oog …