Spreuken 22

1 De naam is uitgelezener dan grote rijkdom, de goede gunst dan zilver en dan goud. 2 Rijken en armen ontmoeten elkander; de HEERE heeft hen allen gemaakt. 3 Een kloekzinnig mens ziet het kwaad, en verbergt zich; maar de slechten gaan henen door, en worden gestraft. 4 Het loon …

Spreuken 23

1 Als gij aangezeten zult zijn om met een heerser te eten, zo zult gij scherpelijk letten op dengene, die voor uw aangezicht is. 2 En zet een mes aan uw keel, indien gij een gulzig mens zijt; 3 Laat u niet gelusten zijner smakelijke spijzen, want het is een …

Spreuken 24

1 Zijt niet nijdig over de boze lieden, en laat u niet gelusten, om bij hen te zijn. 2 Want hun hart bedenkt verwoesting, en hun lippen spreken moeite. 3 Door wijsheid wordt een huis gebouwd, en door verstandigheid bevestigd; 4 En door wetenschap worden de binnenkameren vervuld met alle …

Spreuken 25

1 Dit zijn ook spreuken van Salomo, die de mannen van Hizkia, den koning van Juda, uitgeschreven hebben. 2 Het is Gods eer een zaak te verbergen; maar de eer der koningen een zaak te doorgronden. 3 Aan de hoogte des hemels, en aan de diepte der aarde, en aan …

Spreuken 26

1 Gelijk de sneeuw in den zomer, en gelijk de regen in den oogst, alzo past den zot de eer niet. 2 Gelijk de mus is tot wegzweven, gelijk een zwaluw tot vervliegen, alzo zal een vloek, die zonder oorzaak is, niet komen. 3 Een zweep is voor het paard, …

Spreuken 27

1 Beroem u niet over den dag van morgen; want gij weet niet, wat de dag zal baren. 2 Laat u een vreemde prijzen, en niet uw mond; een onbekende, en niet uw lippen. 3 Een steen is zwaar, en het zand gewichtig; maar de toornigheid des dwazen is zwaarder …

Spreuken 28

1 De goddelozen vlieden, waar geen vervolger is; maar elk rechtvaardige is moedig, als een jonge leeuw. 2 Om de overtreding des lands zijn deszelfs vorsten vele; maar om verstandige en wetende mensen zal insgelijks verlenging wezen. 3 Een arm man, die de geringen verdrukt, is een wegvagende regen, zodat …

Spreuken 13

1 Een wijs zoon hoort de tucht des vaders; maar een spotter hoort de bestraffing niet. 2 Een ieder zal van de vrucht des monds het goede eten; maar de ziel der trouwelozen het geweld. 3 Die zijn mond bewaart, behoudt zijn ziel; maar voor hem is verstoring, die zijn …

Spreuken 29

1 Een man, die, dikwijls bestraft zijnde, den nek verhardt, zal schielijk verbroken worden, zodat er geen genezen aan zij. 2 Als de rechtvaardigen groot worden, verblijdt zich het volk; maar als de goddeloze heerst, zucht het volk. 3 Een man, die de wijsheid bemint, verblijdt zijn vader; maar die …

Ruth 2

1 Naomi nu had een bloedvriend van haar man, een man, geweldig van vermogen, van het geslacht van Elimelech; en zijn naam was Boaz. 2 En Ruth, de Moabietische, zeide tot Naomi: Laat mij toch in het veld gaan, en van de aren oplezen, achter dien, in wiens ogen ik …