Spreuken 6

1 Mijn zoon! zo gij voor uw naaste borg geworden zijt, voor een vreemde uw hand toegeklapt hebt; 2 Gij zijt verstrikt met de redenen uws monds; gij zijt gevangen met de redenen uws monds. 3 Doe nu dit, mijn zoon! en red u, dewijl gij in de hand uws …

Romeinen 11

1 Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre; want ik ben ook een Israeliet, uit het zaad Abrahams, van den stam Benjamin. 2 God heeft Zijn volk niet verstoten, hetwelk Hij te voren gekend heeft. Of weet gij niet, wat de Schrift zegt van Elia, hoe …

Spreuken 7

1 Mijn zoon, bewaar mijn redenen, en leg mijn geboden bij u weg. 2 Bewaar mijn geboden, en leef, en mijn wet als den appel uwer ogen. 3 Bind ze aan uw vingeren, schrijf ze op de tafels uws harten. 4 Zeg tot de wijsheid: Gij zijt mijn zuster; en …

Romeinen 12

1 Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst. 2 En wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds, opdat gij moogt beproeven, welke de goede, …

Spreuken 8

1 Roept de Wijsheid niet, en verheft niet de Verstandigheid Haar stem? 2 Op de spits der hoge plaatsen, aan den weg, ter plaatse, waar paden zijn, staat Zij; 3 Aan de zijde der poorten, voor aan de stad, aan den ingang der deuren roept Zij overluid: 4 Tot u, …

Romeinen 13

1 Alle ziel zij den machten, over haar gesteld, onderworpen; want er is geen macht dan van God, en de machten, die er zijn, die zijn van God geordineerd. 2 Alzo dat die zich tegen de macht stelt, de ordinantie van God wederstaat; en die ze wederstaan, zullen over zichzelven …

Spreuken 9

1 De opperste Wijsheid heeft Haar huis gebouwd; Zij heeft Haar zeven pilaren gehouwen. 2 Zij heeft Haar slachtvee geslacht. Zij heeft Haar wijn gemengd; ook heeft Zij Haar tafel toegericht. 3 Zij heeft Haar dienstmaagden uitgezonden; Zij nodigt op de tinnen van de hoogten der stad: 4 Wie is …

Romeinen 14

1 Dengene nu, die zwak is in het geloof, neemt aan, maar niet tot twistige samensprekingen. 2 De een gelooft wel, dat men alles eten mag, maar die zwak is, eet moeskruiden. 3 Die daar eet, verachte hem niet, die niet eet; en die niet eet, oordele hem niet, die …

Spreuken 10

1 De spreuken van Salomo. Een wijs zoon verblijdt den vader; maar een zot zoon is zijner moeder droefheid. 2 Schatten der goddeloosheid doen geen nut; maar de gerechtigheid redt van den dood. 3 De HEERE laat de ziel des rechtvaardigen niet hongeren; maar de have der goddelozen stoot Hij …

Romeinen 15

1 Maar wij, die sterk zijn, zijn schuldig de zwakheden der onsterken te dragen, en niet onszelven te behagen. 2 Dat dan een iegelijk van ons zijn naaste behage ten goede, tot stichting. 3 Want ook Christus heeft Zichzelven niet behaagd, maar gelijk geschreven is: De smadingen dergenen, die U …