1 En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende: 2 Mensenkind, wat is het hout des wijnstoks meer dan alle hout, of de wijnrank meer dan dat onder het hout eens wouds is? 3 Wordt daarvan hout genomen, om een stuk werk te maken? Neemt men daarvan een pin, om …
Ezechiel 31
1 Het gebeurde ook in het elfde jaar, in de derde maand, op den eersten der maand, dat des HEEREN woord tot mij geschiedde, zeggende: 2 Mensenkind! zeg tot Farao, den koning van Egypte, en tot zijn menigte: Wien zijt gij gelijk in uw grootheid? 3 Zie, Assur was een …
Ezechiel 16
1 Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: 2 Mensenkind, maak Jeruzalem haar gruwelen bekend, 3 En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE tot Jeruzalem: Uw handelingen en uw geboorten zijn uit het land der Kanaanieten; uw vader was een Amoriet en uw moeder een Hethietische. 4 En aangaande …
Ezechiel 32
1 Het gebeurde ook in het twaalfde jaar, in de twaalfde maand op den eersten der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende: 2 Mensenkind! hef een klaaglied op over Farao, den koning van Egypte, en zeg tot hem: Gij waart een jongen leeuw onder de heidenen …
Ezechiel 17
1 En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende: 2 Mensenkind, stel een raadsel voor, en gebruik een gelijkenis tot het huis Israels, 3 En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: Een arend, die groot was, groot van vleugelen, lang van vlerken, vol van vederen, die verscheidene veren had, kwam …
Ezechiel 33
1 En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende: 2 Mensenkind! spreek tot de kinderen uws volks, en zeg tot hen: Wanneer Ik het zwaard over enig land breng, en het volk des lands een man uit hun einden nemen, en dien voor zich tot een wachter stellen; 3 En …
Ezechiel 18
1 Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: 2 Wat is ulieden, dat gij dit spreekwoord gebruikt van het land Israels, zeggende: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en de tanden der kinderen zijn stomp geworden? 3 Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo het ulieden …
Ezechiel 34
1 En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende: 2 Mensenkind! profeteer tegen de herders van Israel; profeteer en zeg tot hen, tot de herders: Alzo zegt de Heere HEERE: Wee den herderen Israels, die zichzelven weiden! zullen niet de herders de schapen weiden? 3 Gij eet het vette, en …
Ezechiel 19
1 Verder, hef gij een weeklage op over de vorsten van Israel, 2 En zeg: Wat was uw moeder? Een leeuwin, onder de leeuwen nederliggende; zij bracht haar welpen op in het midden der jonge leeuwen. 3 Zij toog nu een van haar welpen op; het werd een jonge leeuw, …
Ezechiel 35
1 Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: 2 Mensenkind! zet uw aangezicht tegen het gebergte Seir, en profeteer tegen hetzelve, 3 En zeg tot hetzelve: Alzo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o gebergte Seir! en Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, en zal …