Joel 1

1 Het woord des HEEREN, dat geschied is tot Joel, den zoon van Pethuel: 2 Hoort dit, gij oudsten! en neemt ter oren, alle inwoners des lands! Is dit geschied in uw dagen, of ook in de dagen uwer vaderen? 3 Vertelt uw kinderen daarvan, en laat het uw kinderen …

Job 42

1 Toen antwoordde Job den HEERE, en zeide: 2 Ik weet, dat Gij alles vermoogt, en dat geen van Uw gedachten kan afgesneden worden. 3 Wie is hij, zegt Gij, die den raad verbergt zonder wetenschap? Zo heb ik dan verhaald, hetgeen ik niet verstond, dingen, die voor mij te …

Job 41

1 Niemand is zo koen, dat hij hem opwekken zou; wie is dan hij, die zich voor Mijn aangezicht stellen zou? 2 Wie heeft Mij voorgekomen, dat Ik hem zou vergelden? Wat onder den gansen hemel is, is het Mijne. 3 Ik zal zijn leden niet verzwijgen, noch het verhaal …

Job 40

1 En de HEERE antwoordde Job uit een onweder, en zeide: 2 Gord nu als een man uw lenden; Ik zal u vragen, en onderricht Mij. 3 Zult gij ook Mijn oordeel te niet maken? Zult Gij Mij verdoemen, opdat gij rechtvaardig zijt? 4 Hebt gij een arm gelijk God? …

Job 39

1 Zult gij voor den ouden leeuw roof jagen, of de graagheid der jonge leeuwen vervullen? 2 Als zij nederbukken in de holen, en in den kuil zitten, ter loering? 3 Wie bereidt de raaf haar kost, als haar jongen tot God schreeuwen, als zij dwalen, omdat er geen eten …

Job 38

1 Daarna antwoordde de HEERE Job uit een onweder, en zeide: 2 Wie is hij, die den raad verduistert met woorden zonder wetenschap? 3 Gord nu, als een man, uw lenden, zo zal Ik u vragen, en onderricht Mij. 4 Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde? Geef het …

Job 37

1 Ook beeft hierover mijn hart, en springt op uit zijn plaats. 2 Hoort met aandacht de beweging Zijner stem, en het geluid, dat uit Zijn mond uitgaat! 3 Dat zendt Hij rechtuit onder den gansen hemel, en Zijn licht over de einden der aarde. 4 Daarna brult Hij met …

Job 36

1 Elihu ging nog voort, en zeide: 2 Verbeid mij een weinig, en ik zal u aanwijzen, dat er nog redenen voor God zijn. 3 Ik zal mijn gevoelen van verre ophalen, en mijn Schepper gerechtigheid toewijzen. 4 Want voorwaar, mijn woorden zullen geen valsheid zijn; een, die oprecht is …

Job 35

1 Elihu antwoordde verder, en zeide: 2 Houdt gij dat voor recht, dat gij gezegd hebt: Mijn gerechtigheid is meerder dan Gods? 3 Want gij hebt gezegd: Wat zou zij u baten? Wat meer voordeel zal ik daarmede doen, dan met mijn zonde? 4 Ik zal u antwoord geven, en …

Job 34

1 Verder antwoordde Elihu, en zeide: 2 Hoort, gij wijzen, mijn woorden, en gij verstandigen, neigt de oren naar mij. 3 Want het oor proeft de woorden, gelijk het gehemelte de spijze smaakt. 4 Laat ons kiezen voor ons, wat recht is; laat ons kennen onder ons wat goed is. …