1 Ziet, dat alles heeft mijn oog gezien, mijn oor gehoord en verstaan. 2 Gelijk gijlieden het weet, weet ik het ook; ik zwicht niet voor u. 3 Maar ik zal tot den Almachtige spreken, en ben belust mij te verdedigen voor God. 4 Want gewisselijk, gij zijt leugenstoffeerders; gij …
Job 11
1 Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide: 2 Zou de veelheid der woorden niet beantwoord worden, en zou een klapachtig man recht hebben? 3 Zouden uw leugenen de lieden doen zwijgen, en zoudt gij spotten, en niemand u beschamen? 4 Want gij hebt gezegd: Mijn leer is zuiver, en …
Job 8
1 Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide: 2 Hoe lang zult gij deze dingen spreken, en de redenen uws monds een geweldige wind zijn? 3 Zou dan God het recht verkeren, en zou de Almachtige de gerechtigheid verkeren? 4 Indien uw kinderen gezondigd hebben tegen Hem, Hij heeft hen …
Job 7
1 Heeft niet de mens een strijd op de aarde, en zijn zijn dagen niet als de dagen des dagloners? 2 Gelijk de dienstknecht hijgt naar de schaduw, en gelijk de dagloner verwacht zijn werkloon; 3 Alzo zijn mij maanden der ijdelheid ten erve geworden, en nachten der moeite zijn …
Job 6
1 Maar Job antwoordde en zeide: 2 Och, of mijn verdriet recht gewogen wierd, en men mijn ellende samen in een weegschaal ophief! 3 Want het zou nu zwaarder zijn dan het zand der zeeen; daarom worden mijn woorden opgezwolgen. 4 Want de pijlen des Almachtigen zijn in mij, welker …
Job 4
1 Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide: 2 Zo wij een woord opnemen tegen u, zult gij verdrietig zijn? Nochtans wie zal zich van woorden kunnen onthouden? 3 Zie, gij hebt velen onderwezen, en gij hebt slappe handen gesterkt; 4 Uw woorden hebben den struikelende opgericht, en de krommende …