Job 23

1 Maar Job antwoordde en zeide: 2 Ook heden is mijn klacht wederspannigheid; mijn plage is zwaar boven mijn zuchten. 3 Och, of ik wist, dat ik Hem vinden zou, ik zou tot Zijn stoel komen; 4 Ik zou het recht voor Zijn aangezicht ordentelijk voorstellen, en mijn mond zou …

Job 22

1 Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide: 2 Zal ook een man Gode voordelig zijn? Maar voor zichzelven zal de verstandige voordelig zijn. 3 Is het voor den Almachtige nuttigheid, dat gij rechtvaardig zijt; of gewin, dat gij uw wegen volmaakt? 4 Is het om uw vreze, dat Hij …

Job 21

1 Maar Job antwoordde en zeide: 2 Hoort aandachtelijk mijn rede, en laat dit zijn uw vertroostingen. 3 Verdraagt mij, en ik zal spreken; en nadat ik gesproken zal hebben, spot dan. 4 Is (mij aangaande) mijn klacht tot den mens? Doch of het zo ware, waarom zou mijn geest …

Job 20

1 Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide: 2 Daarom doen mijn gedachten mij antwoorden, en over zulks is mijn verhaasten in mij. 3 Ik heb aangehoord een bestraffing, die mij schande aandoet; maar de geest zal uit mijn verstand voor mij antwoorden. 4 Weet gij dit? Van altoos af, …

Job 19

1 Maar Job antwoordde en zeide: 2 Hoe lang zult gijlieden mijn ziel bedroeven, en mij met woorden verbrijzelen? 3 Gij hebt nu tienmaal mij schande aangedaan; gij schaamt u niet, gij verhardt u tegen mij. 4 Maar ook het zij waarlijk, dat ik gedwaald heb, mijn dwaling zal bij …

Job 18

1 Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide: 2 Hoe lang is het, dat gijlieden een einde van woorden zult maken? Merkt op, en daarna zullen wij spreken. 3 Waarom worden wij geacht als beesten, en zijn onrein in ulieder ogen? 4 O gij, die zijn ziel verscheurt door zijn …

Job 17

1 Mijn geest is verdorven, mijn dagen worden uitgeblust, de graven zijn voor mij. 2 Zijn niet bespotters bij mij, en overnacht niet mijn oog in hunlieder verbittering? 3 Zet toch bij, stel mij een borg bij U; wie zal hij zijn? Dat in mijn hand geklapt worde. 4 Want …

Job 16

1 Maar Job antwoordde en zeide: 2 Ik heb vele dergelijke dingen gehoord; gij allen zijt moeilijke vertroosters. 3 Zal er een einde zijn aan de winderige woorden? Of wat stijft u, dat gij alzo antwoordt? 4 Zou ik ook, als gijlieden, spreken, indien uw ziel ware in mijner ziele …

Job 15

1 Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide: 2 Zal een wijs man winderige wetenschap voor antwoord geven, en zal hij zijn buik vullen met oostenwind? 3 Bestraffende door woorden, die niet baten, en door redenen, met dewelke hij geen voordeel doet? 4 Ja, gij vernietigt de vreze, en neemt …

Job 14

1 De mens, van een vrouw geboren, is kort van dagen, en zat van onrust. 2 Hij komt voort als een bloem, en wordt afgesneden; ook vlucht hij als een schaduw, en bestaat niet. 3 Nog doet Gij Uw ogen over zulk een open; en Gij betrekt mij in het …