1 Want ziet, in die dagen en te dier tijd, als Ik de gevangenis van Juda en Jeruzalem zal wenden; 2 Dan zal Ik alle heidenen vergaderen, en zal hen afvoeren in het dal van Josafat; en Ik zal met hen aldaar richten, vanwege Mijn volk en Mijn erfdeel Israel, …
Job 30
1 Maar nu lachen over mij minderen dan ik van dagen, welker vaderen ik versmaad zou hebben, om bij de honden mijner kudde te stellen. 2 Waartoe zou mij ook geweest zijn de krachten hunner handen? Zij was door ouderdom in hen vergaan. 3 Die door gebrek en honger eenzaam …
Johannes 1
1 In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. 2 Dit was in den beginne bij God. 3 Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. 4 In Hetzelve was het Leven, en …
Johannes 2
1 En op den derden dag was er een bruiloft te Kana in Galilea; en de moeder van Jezus was aldaar. 2 En Jezus was ook genood, en Zijn discipelen, tot de bruiloft. 3 En als er wijn ontbrak, zeide de moeder van Jezus tot Hem: Zij hebben geen wijn. …
Job 32
1 Toen hielden de drie mannen op van Job te antwoorden, dewijl hij in zijn ogen rechtvaardig was. 2 Zo ontstak de toorn van Elihu, den zoon van Baracheel, den Buziet, van het geslacht van Ram; tegen Job werd zijn toorn ontstoken, omdat hij zijn ziel meer rechtvaardigde dan God. …
Johannes 3
1 En er was een mens uit de Farizeen, wiens naam was Nicodemus, een overste der Joden; 2 Deze kwam des nachts tot Jezus, en zeide tot Hem: Rabbi, wij weten, dat Gij zijt een Leraar van God gekomen; want niemand kan deze tekenen doen, die Gij doet, zo God …
Job 33
1 En gewisselijk, o Job! hoor toch mijn redenen, en neem al mijn woorden ter ore. 2 Zie nu, ik heb mijn mond opengedaan; mijn tong spreekt onder mijn gehemelte. 3 Mijn redenen zullen de oprechtigheid mijns harten, en de wetenschap mijner lippen, wat zuiver is, uitspreken. 4 De Geest …
Johannes 4
1 Als dan de Heere verstond, dat de Farizeen gehoord hadden, dat Jezus meer discipelen maakte en doopte dan Johannes; 2 (Hoewel Jezus zelf niet doopte, maar Zijn discipelen), 3 Zo verliet Hij Judea, en ging wederom heen naar Galilea. 4 En Hij moest door Samaria gaan. 5 Hij kwam …
Job 34
1 Verder antwoordde Elihu, en zeide: 2 Hoort, gij wijzen, mijn woorden, en gij verstandigen, neigt de oren naar mij. 3 Want het oor proeft de woorden, gelijk het gehemelte de spijze smaakt. 4 Laat ons kiezen voor ons, wat recht is; laat ons kennen onder ons wat goed is. …