1 Na dezen was een feest der Joden, en Jezus ging op naar Jeruzalem. 2 En er is te Jeruzalem aan de Schaaps poort, een badwater, hetwelk in het Hebreeuws toegenaamd wordt Bethesda, hebbende vijf zalen. 3 In dezelve lag een grote menigte van kranken, blinden, kreupelen, verdorden, wachtende op …
Job 36
1 Elihu ging nog voort, en zeide: 2 Verbeid mij een weinig, en ik zal u aanwijzen, dat er nog redenen voor God zijn. 3 Ik zal mijn gevoelen van verre ophalen, en mijn Schepper gerechtigheid toewijzen. 4 Want voorwaar, mijn woorden zullen geen valsheid zijn; een, die oprecht is …
Job 6
1 Maar Job antwoordde en zeide: 2 Och, of mijn verdriet recht gewogen wierd, en men mijn ellende samen in een weegschaal ophief! 3 Want het zou nu zwaarder zijn dan het zand der zeeen; daarom worden mijn woorden opgezwolgen. 4 Want de pijlen des Almachtigen zijn in mij, welker …
Job 22
1 Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide: 2 Zal ook een man Gode voordelig zijn? Maar voor zichzelven zal de verstandige voordelig zijn. 3 Is het voor den Almachtige nuttigheid, dat gij rechtvaardig zijt; of gewin, dat gij uw wegen volmaakt? 4 Is het om uw vreze, dat Hij …
Job 7
1 Heeft niet de mens een strijd op de aarde, en zijn zijn dagen niet als de dagen des dagloners? 2 Gelijk de dienstknecht hijgt naar de schaduw, en gelijk de dagloner verwacht zijn werkloon; 3 Alzo zijn mij maanden der ijdelheid ten erve geworden, en nachten der moeite zijn …
Job 23
1 Maar Job antwoordde en zeide: 2 Ook heden is mijn klacht wederspannigheid; mijn plage is zwaar boven mijn zuchten. 3 Och, of ik wist, dat ik Hem vinden zou, ik zou tot Zijn stoel komen; 4 Ik zou het recht voor Zijn aangezicht ordentelijk voorstellen, en mijn mond zou …
Job 8
1 Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide: 2 Hoe lang zult gij deze dingen spreken, en de redenen uws monds een geweldige wind zijn? 3 Zou dan God het recht verkeren, en zou de Almachtige de gerechtigheid verkeren? 4 Indien uw kinderen gezondigd hebben tegen Hem, Hij heeft hen …